Gelijksoortige aansluitingen zonder verblijfsfunctie (openbare verlichting, evenementenkasten, abris, parkeermeters, verkeersregelinstallaties, rioolpompen en gemalen (voor zover deze tot één rioolbelastingstelsel behoren), informatiepanelen en beveiligingscameras) dienen voor het bepalen van de energiebelasting per genoemd type in één stelsel te worden ondergebracht. Dit houdt in dat de energiebelasting berekend wordt alsof het één grote verbruiker is. Het voordeel hiervan is dat het gezamenlijk verbruik dusdanig groot is dat de lagere energiebelastingschijven worden bereikt. Het nadeel is dat maar één keer heffingskorting wordt verleend in plaats van per aansluiting. Hieronder staat een voorbeeld uitgewerkt voor twee aansluitingen, met een verbruik van 7000 kWh/ jaar en 8000 kWh/ jaar.
| Geen cluster | Energiebelastingcluster |
|---|---|
| Schijf 1 [0-10000 kWh] 7000 x 0,1185 + 8000 x 0,1185 = 1777,50 |
Schijf 1 [0-10000 kWh] 10000 x 0,1185 = 1185,00 |
| Schijf 2 [10000-50000 kWh] | Schijf 2 [10000-50000 kWh] 5000 x 0,0431 = 215,50 |
| Heffingskorting (zonder verblijfsfunctie) 2 x -119,62 = -239,24 |
Heffingskorting (zonder verblijfsfunctie) 1 x -119,62 |
| Totaal (prijsstelling 2014) 1538,26 |
Totaal (prijsstelling 2014) 1065,38 |
| Aansluiting 1: 7000 x 0,1185 119,62 = 709,88 Aansluiting 2: 8000 x 0,1185 119,62 = 828,39 |
Aansluiting 1: 7000 / 15000 x 1065,38= 497,18 Aansluiting 2: 8000 / 15000 x 1065,38= 569,20 |

Energieleveringsbedrijven (die de energiebelastingheffing regelen voor de belastingdienst) zullen steeds verzamelfacturen maken waarbij de verbruikskosten per locatie worden getoond, maar de energiebelastingkosten voor het geheel. Voor het bepalen van terugverdientijden van investeringen bijvoorbeeld is dit niet handig: de bepaling met enkelvoudige doorbelasting komt op een te hoog integraal tarief, de bepaling zonder doorbelasting op een te laag tarief. Ook berekeningen waarbij de eerste twee schijven als een vastrechtcomponent worden meegenomen voldoen niet geheel, omdat niet altijd duidelijk is of de grens van 50.000 kWh totaal gehaald zal worden.
In Enerlyser is dit als volgt opgelost:
In de boomstructuur kan bij het hoofd-item
energiebelastingclusters een nieuw energiebelastingcluster worden
aangemaakt. Wanneer bij een elektriciteit-inkooppunt de
aansluiting geen verblijfsfunctie heeft kan een
Energiebelastingcluster in de onderste regel worden geselecteerd.
Als alternatief kan worden gedubbel-klikt op het
energiebelastingcluster en verschijnt een overzicht met alle
aansluitingen. Inkooppunt elektriciteitsaansluitingen kunnen in
dit scherm worden gesleept.
Handig: een dubbel-klik op de naam van een aansluiting in het energiebelastingcluster-overzicht opent de boomstructuur bij het betreffende inkooppunt.
Voorberekenen
In het hierboven genoemde voorbeeld moesten twee reeksen worden
berekend om tot een totaal (15000) te komen voor de juiste
verdeelsleutel (7000/ 15000 en 8000/15000). In de praktijk
bestaan energiebelastingcluster uit 25, 100 of nog meer
aansluitingen. De berekening zou dan te reken-intensief worden.
Daarom wordt bij het berekenen van de verdeelsleutel gebruik
gemaakt van voorberekende waarden. Deze worden bij het
energiebelastingcluster opgeslagen als kwartierverbruiken. Met de
opstart optie /c (zie ook paragraaf 15.4) wordt deze
bijvoorbeeld s nachts herberekend.
Handmatig
herberekenen is ook mogelijk door in het rechtermuisklik-menu bij
een energiebelastingcluster herbereken opgeslagen
verbruiken te selecteren.
In de vorige paragraaf bespraken we de situatie waarbij het verbruik van meerdere aansluitingen mag worden samengevoegd tot één cluster. Het voordeel is daarbij dat door de optelling de lagere energiebelastingtarieven van de hogere staffels worden bereikt, wat individueel niet het geval is. Het omgekeerde komt ook voor:
Stel: een verzorgingstehuis heeft één grote elektriciteitsaansluiting. Er zijn 100 kamers en per twee kamers een WC met douche. De kamers hebben een kitchenette (mini-keuken). Omdat het algemene gedeelte ook als WOZ wordt aangemerkt (er zijn ook in de hal toiletten en er is een centrale keuken is er sprake van 51 WOZ objecten. De termen WOZ objecten en OZB objecten zijn overigens identiek: Wet op de Onroerende Zaak objecten en Onroerend-Zaak Belasting objecten.
Stel dat in het pand 100.000 kWh elektriciteit wordt verbruikt per jaar. De eigenaar mag naar redelijkheid en onderbouwd een percentage toekennen voor algemeen gebruik (verlichting in gangen, liften et cetera). Dit is 25%. De correcte doorbelasting is:
100.000 x 25% = 25.000 kWh doorloopt de eerste (tot 10.000) en tweede (tot 50.000) staffel van de energiebelasting en Opslag Duurzame Energie (ODE). Er wordt één keer heffingskorting verstrekt.
100.000 x 75% = 75.000 kWh wordt gedeeld door 50 (niet algemene WOZ objecten): 1500 kWh. Dit blijft in de eerste staffel. Er wordt over 75.000 kWh de eerste staffel van de energiebelasting en ODE geheven. Er wordt 50 keer heffingskorting verstrekt.
Over het totaal wordt dus 85.000 kWh energiebelasting + ODE over de eerste staffel geheven en 15.000 kWh over de tweede staffel. Er wordt 51 keer heffingskorting verstrekt.
(voor het overzicht zijn de identieke
ODE staffels buiten beeld gelaten)
Hieronder zien we de factuur indien sprake zou zijn van één WOZ object. We zien dat de lagere energiebelasting van 50.001-100.000 factuur bij lange na niet het ontbreken van de meerdere keren heffingskorting compenseert.

Maak nieuw filters aan bij [boomstructuur], filters,
financiële filters.
Bij de heffingskorting kiest u voor berekening: 'Vastrecht (OZB
eenheden)
Bij energiebelastingstaffels voor de berekening: 'Gestaffeld (algemeen
verbruik)' voor het percentage algemeen verbruik en 'Gestaffeld (niet-algemeen
verbruik)' voor 100%- het percentage algemeen verbruik.
Blokverwarming
komt voor wanneer we met één aansluiting meerdere zelfstandige
wooneenheden verwarmen, zoals vaak bij wat appartementencomplexen
het geval is. Tot 2013 was de berekening vaak een aanleiding voor
fouten omdat toen bij 5000 m3/ jaar een tariefgrens voor
energiebelasting gas was. Van heffingskorting is bij gas is nooit
sprake. Een enkelvoudige OZB berekening geeft tot verbruik tot
170.000 m3 per jaar hetzelfde financiële resultaat als bij
opsplising naar het aantal objecten. Daarboven is de splitsing
naar OZB objecten niet alleen voor de juiste weergave op de
factuur, maar ook voor het correcte bedrag van belang.
De configuratie is identiek aan die bij elektriciteit. Nu wordt voor het algemene percentage gekeken bij 'Algemeen gebruik gas'bij de tijdafhankelijke gebouw-eigenschappen.
In sommige gevallen is het zo dat het algemeen percentage 0% is; denk aan galerijflats. In dat geval wordt bij Gestaffeld (niet-algemeen verbruik) gedeeld door het aantal Onroerend Zaak Belasting objecten in plaats van OZB objecten -1.